to pass, to come to pass, to end
Tegenwoordige tijd (ik)kom voorbij
Verleden tijd (ik)kwam voorbij
Voltooid deelwoordvoorbijgekomen
Volledige vervoeging van het werkwoord voorbijkomen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik kom voorbij
jij komt voorbij (inversie: kom voorbij jij)
u komt voorbij
hij/zij/het komt voorbij
wij komen voorbij
jullie komen voorbij
zij komen voorbij
Verleden tijd
ik kwam voorbij
jij kwam voorbij
u kwam voorbij
hij/zij/het kwam voorbij
wij kwamen voorbij
jullie kwamen voorbij
zij kwamen voorbij
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik voorbijkom
(dat) jij voorbijkomt
(dat) u voorbijkomt
(dat) hij/zij/het voorbijkomt
(dat) wij voorbijkomen
(dat) jullie voorbijkomen
(dat) zij voorbijkomen
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik voorbijkwam
(dat) jij voorbijkwam
(dat) u voorbijkwam
(dat) hij/zij/het voorbijkwam
(dat) wij voorbijkwamen
(dat) jullie voorbijkwamen
(dat) zij voorbijkwamen
Gebiedende wijs
Imperatief
kom voorbij
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
voorbijkomen
Gerundium
voorbijkomen
Onvoltooid deelwoord
voorbijkomend
Voltooid deelwoord
voorbijgekomen
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.