Vervoeging van voorbereiden

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

voorbereiden
to prepare
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)bereid voor
Verleden tijd (ik)bereidde voor
Voltooid deelwoordvoorbereid
Volledige vervoeging van het werkwoord voorbereiden: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik bereid voor
jij bereidt voor (inversie: bereid voor jij)
u bereidt voor
hij/zij/het bereidt voor
wij bereiden voor
jullie bereiden voor
zij bereiden voor

Verleden tijd

ik bereidde voor
jij bereidde voor
u bereidde voor
hij/zij/het bereidde voor
wij bereidden voor
jullie bereidden voor
zij bereidden voor

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik voorbereid
(dat) jij voorbereidt
(dat) u voorbereidt
(dat) hij/zij/het voorbereidt
(dat) wij voorbereiden
(dat) jullie voorbereiden
(dat) zij voorbereiden

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik voorbereidde
(dat) jij voorbereidde
(dat) u voorbereidde
(dat) hij/zij/het voorbereidde
(dat) wij voorbereidden
(dat) jullie voorbereidden
(dat) zij voorbereidden

Gebiedende wijs

Imperatief

bereid voor

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

voorbereiden

Gerundium

voorbereiden

Onvoltooid deelwoord

voorbereidend

Voltooid deelwoord

voorbereid

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.