Vervoeging van volzuigen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

volzuigen
to suck full
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)zuig vol
Verleden tijd (ik)zoog vol
Voltooid deelwoordvolgezogen
Volledige vervoeging van het werkwoord volzuigen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik zuig vol
jij zuigt vol (inversie: zuig vol jij)
u zuigt vol
hij/zij/het zuigt vol
wij zuigen vol
jullie zuigen vol
zij zuigen vol

Verleden tijd

ik zoog vol
jij zoog vol
u zoog vol
hij/zij/het zoog vol
wij zogen vol
jullie zogen vol
zij zogen vol

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik volzuig
(dat) jij volzuigt
(dat) u volzuigt
(dat) hij/zij/het volzuigt
(dat) wij volzuigen
(dat) jullie volzuigen
(dat) zij volzuigen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik volzoog
(dat) jij volzoog
(dat) u volzoog
(dat) hij/zij/het volzoog
(dat) wij volzogen
(dat) jullie volzogen
(dat) zij volzogen

Gebiedende wijs

Imperatief

zuig vol

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

volzuigen

Gerundium

volzuigen

Onvoltooid deelwoord

volzuigend

Voltooid deelwoord

volgezogen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.