Vervoeging van vollopen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

vollopen
to fill up
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)loop vol
Verleden tijd (ik)liep vol
Voltooid deelwoordvolgelopen
Volledige vervoeging van het werkwoord vollopen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik loop vol
jij loopt vol (inversie: loop vol jij)
u loopt vol
hij/zij/het loopt vol
wij lopen vol
jullie lopen vol
zij lopen vol

Verleden tijd

ik liep vol
jij liep vol
u liep vol
hij/zij/het liep vol
wij liepen vol
jullie liepen vol
zij liepen vol

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik volloop
(dat) jij volloopt
(dat) u volloopt
(dat) hij/zij/het volloopt
(dat) wij vollopen
(dat) jullie vollopen
(dat) zij vollopen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik volliep
(dat) jij volliep
(dat) u volliep
(dat) hij/zij/het volliep
(dat) wij volliepen
(dat) jullie volliepen
(dat) zij volliepen

Gebiedende wijs

Imperatief

loop vol

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

vollopen

Gerundium

vollopen

Onvoltooid deelwoord

vollopend

Voltooid deelwoord

volgelopen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.