Vervoeging van vioolspelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

vioolspelen
to play violin
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)speel viool
Verleden tijd (ik)speelde viool
Voltooid deelwoordvioolgespeeld
Volledige vervoeging van het werkwoord vioolspelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik speel viool
jij speelt viool (inversie: speel viool jij)
u speelt viool
hij/zij/het speelt viool
wij spelen viool
jullie spelen viool
zij spelen viool

Verleden tijd

ik speelde viool
jij speelde viool
u speelde viool
hij/zij/het speelde viool
wij speelden viool
jullie speelden viool
zij speelden viool

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik vioolspeel
(dat) jij vioolspeelt
(dat) u vioolspeelt
(dat) hij/zij/het vioolspeelt
(dat) wij vioolspelen
(dat) jullie vioolspelen
(dat) zij vioolspelen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik vioolspeelde
(dat) jij vioolspeelde
(dat) u vioolspeelde
(dat) hij/zij/het vioolspeelde
(dat) wij vioolspeelden
(dat) jullie vioolspeelden
(dat) zij vioolspeelden

Gebiedende wijs

Imperatief

speel viool

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

vioolspelen

Gerundium

vioolspelen

Onvoltooid deelwoord

vioolspelend

Voltooid deelwoord

vioolgespeeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.