Vervoeging van vindiceren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

vindiceren
to vindicate, claim as one's own
weak
Tegenwoordige tijd (ik)vindiceer
Verleden tijd (ik)vindiceerde
Voltooid deelwoordgevindiceerd
Volledige vervoeging van het werkwoord vindiceren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik vindiceer
jij vindiceert (inversie: vindiceer jij)
u vindiceert
hij/zij/het vindiceert
wij vindiceren
jullie vindiceren
zij vindiceren

Verleden tijd

ik vindiceerde
jij vindiceerde
u vindiceerde
hij/zij/het vindiceerde
wij vindiceerden
jullie vindiceerden
zij vindiceerden

Gebiedende wijs

Imperatief

vindiceer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

vindiceren

Gerundium

vindiceren

Onvoltooid deelwoord

vindicerend

Voltooid deelwoord

gevindiceerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.