2 verschillende werkwoorden « verzinken »:
verzinken — to sink away · verzinken — to coat with zinc, to galvanize
to sink away
Tegenwoordige tijd (ik)verzink
Verleden tijd (ik)verzonk
Voltooid deelwoordverzonken
Volledige vervoeging van het werkwoord verzinken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik verzink
jij verzinkt (inversie: verzink jij)
u verzinkt
hij/zij/het verzinkt
wij verzinken
jullie verzinken
zij verzinken
Verleden tijd
ik verzonk
jij verzonk
u verzonk
hij/zij/het verzonk
wij verzonken
jullie verzonken
zij verzonken
Gebiedende wijs
Imperatief
verzink
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
verzinken
Gerundium
verzinken
Onvoltooid deelwoord
verzinkend
Voltooid deelwoord
verzonken
to coat with zinc, to galvanize
Tegenwoordige tijd (ik)verzink
Verleden tijd (ik)verzinkte
Voltooid deelwoordverzinkt
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik verzink
jij verzinkt (inversie: verzink jij)
u verzinkt
hij/zij/het verzinkt
wij verzinken
jullie verzinken
zij verzinken
Verleden tijd
ik verzinkte
jij verzinkte
u verzinkte
hij/zij/het verzinkte
wij verzinkten
jullie verzinkten
zij verzinkten
Gebiedende wijs
Imperatief
verzink
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
verzinken
Gerundium
verzinken
Onvoltooid deelwoord
verzinkend
Voltooid deelwoord
verzinkt
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.