2 verschillende werkwoorden « verwinden »:
verwinden — to wind up · verwinden — to make blown by the wind, to dry by the
to wind up
Tegenwoordige tijd (ik)verwind
Verleden tijd (ik)verwond
Voltooid deelwoordverwonden
Volledige vervoeging van het werkwoord verwinden: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik verwind
jij verwindt (inversie: verwind jij)
u verwindt
hij/zij/het verwindt
wij verwinden
jullie verwinden
zij verwinden
Verleden tijd
ik verwond
jij verwond
u verwond
hij/zij/het verwond
wij verwonden
jullie verwonden
zij verwonden
Gebiedende wijs
Imperatief
verwind
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
verwinden
Gerundium
verwinden
Onvoltooid deelwoord
verwindend
Voltooid deelwoord
verwonden
to make blown by the wind, to dry by the wind
Tegenwoordige tijd (ik)verwind
Verleden tijd (ik)verwindde
Voltooid deelwoordverwind
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik verwind
jij verwindt (inversie: verwind jij)
u verwindt
hij/zij/het verwindt
wij verwinden
jullie verwinden
zij verwinden
Verleden tijd
ik verwindde
jij verwindde
u verwindde
hij/zij/het verwindde
wij verwindden
jullie verwindden
zij verwindden
Gebiedende wijs
Imperatief
verwind
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
verwinden
Gerundium
verwinden
Onvoltooid deelwoord
verwindend
Voltooid deelwoord
verwind
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.