2 verschillende werkwoorden « verwegen »:
verwegen — to weigh too much · verwegen — to encounter, meet
to weigh too much
Tegenwoordige tijd (ik)verweeg
Verleden tijd (ik)verwoog
Voltooid deelwoordverwogen
Volledige vervoeging van het werkwoord verwegen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik verweeg
jij verweegt (inversie: verweeg jij)
u verweegt
hij/zij/het verweegt
wij verwegen
jullie verwegen
zij verwegen
Verleden tijd
ik verwoog
jij verwoog
u verwoog
hij/zij/het verwoog
wij verwogen
jullie verwogen
zij verwogen
Gebiedende wijs
Imperatief
verweeg
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
verwegen
Gerundium
verwegen
Onvoltooid deelwoord
verwegend
Voltooid deelwoord
verwogen
to encounter, meet
Andere betekenissen: to provide with new (outer) walls
Tegenwoordige tijd (ik)verweeg
Verleden tijd (ik)verweegde
Voltooid deelwoordverweegd
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik verweeg
jij verweegt (inversie: verweeg jij)
u verweegt
hij/zij/het verweegt
wij verwegen
jullie verwegen
zij verwegen
Verleden tijd
ik verweegde
jij verweegde
u verweegde
hij/zij/het verweegde
wij verweegden
jullie verweegden
zij verweegden
Gebiedende wijs
Imperatief
verweeg
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
verwegen
Gerundium
verwegen
Onvoltooid deelwoord
verwegend
Voltooid deelwoord
verweegd
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.