2 verschillende werkwoorden « vervaren »:
vervaren — to transport by sailing · vervaren — to fear, to be afraid
to transport by sailing
Tegenwoordige tijd (ik)vervaar
Verleden tijd (ik)vervoer
Voltooid deelwoordvervaren
Volledige vervoeging van het werkwoord vervaren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik vervaar
jij vervaart (inversie: vervaar jij)
u vervaart
hij/zij/het vervaart
wij vervaren
jullie vervaren
zij vervaren
Verleden tijd
ik vervoer
jij vervoer
u vervoer
hij/zij/het vervoer
wij vervoeren
jullie vervoeren
zij vervoeren
Gebiedende wijs
Imperatief
vervaar
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
vervaren
Gerundium
vervaren
Onvoltooid deelwoord
vervarend
Voltooid deelwoord
vervaren
to fear, to be afraid
Tegenwoordige tijd (ik)vervaar
Verleden tijd (ik)vervaarde
Voltooid deelwoordvervaard
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik vervaar
jij vervaart (inversie: vervaar jij)
u vervaart
hij/zij/het vervaart
wij vervaren
jullie vervaren
zij vervaren
Verleden tijd
ik vervaarde
jij vervaarde
u vervaarde
hij/zij/het vervaarde
wij vervaarden
jullie vervaarden
zij vervaarden
Gebiedende wijs
Imperatief
vervaar
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
vervaren
Gerundium
vervaren
Onvoltooid deelwoord
vervarend
Voltooid deelwoord
vervaard
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.