Vervoeging van versnellen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

versnellen
to speed up, to accelerate
weak
Tegenwoordige tijd (ik)versnel
Verleden tijd (ik)versnelde
Voltooid deelwoordversneld
Volledige vervoeging van het werkwoord versnellen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik versnel
jij versnelt (inversie: versnel jij)
u versnelt
hij/zij/het versnelt
wij versnellen
jullie versnellen
zij versnellen

Verleden tijd

ik versnelde
jij versnelde
u versnelde
hij/zij/het versnelde
wij versnelden
jullie versnelden
zij versnelden

Gebiedende wijs

Imperatief

versnel

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

versnellen

Gerundium

versnellen

Onvoltooid deelwoord

versnellend

Voltooid deelwoord

versneld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.