2 verschillende werkwoorden « verlaten »:
verlaten — to leave · verlaten — to belate, to stall, to delay
to leave
Tegenwoordige tijd (ik)verlaat
Verleden tijd (ik)verliet
Voltooid deelwoordverlaten
Volledige vervoeging van het werkwoord verlaten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik verlaat
jij verlaat
u verlaat
hij/zij/het verlaat
wij verlaten
jullie verlaten
zij verlaten
Verleden tijd
ik verliet
jij verliet
u verliet
hij/zij/het verliet
wij verlieten
jullie verlieten
zij verlieten
Gebiedende wijs
Imperatief
verlaat
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
verlaten
Gerundium
verlaten
Onvoltooid deelwoord
verlatend
Voltooid deelwoord
verlaten
to belate, to stall, to delay
Tegenwoordige tijd (ik)verlaat
Verleden tijd (ik)verlaatte
Voltooid deelwoordverlaat
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik verlaat
jij verlaat
u verlaat
hij/zij/het verlaat
wij verlaten
jullie verlaten
zij verlaten
Verleden tijd
ik verlaatte
jij verlaatte
u verlaatte
hij/zij/het verlaatte
wij verlaatten
jullie verlaatten
zij verlaatten
Gebiedende wijs
Imperatief
verlaat
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
verlaten
Gerundium
verlaten
Onvoltooid deelwoord
verlatend
Voltooid deelwoord
verlaat
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.