Vervoeging van verhaspelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

verhaspelen
to mangle, to mess up
weak
Tegenwoordige tijd (ik)verhaspel
Verleden tijd (ik)verhaspelde
Voltooid deelwoordverhaspeld
Volledige vervoeging van het werkwoord verhaspelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik verhaspel
jij verhaspelt (inversie: verhaspel jij)
u verhaspelt
hij/zij/het verhaspelt
wij verhaspelen
jullie verhaspelen
zij verhaspelen

Verleden tijd

ik verhaspelde
jij verhaspelde
u verhaspelde
hij/zij/het verhaspelde
wij verhaspelden
jullie verhaspelden
zij verhaspelden

Gebiedende wijs

Imperatief

verhaspel

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

verhaspelen

Gerundium

verhaspelen

Onvoltooid deelwoord

verhaspelend

Voltooid deelwoord

verhaspeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.