to fit (worn-off footwear) with new heels
Tegenwoordige tijd (ik)verhapstuk
Verleden tijd (ik)verhapstukte
Voltooid deelwoordverhapstukt
Volledige vervoeging van het werkwoord verhapstukken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik verhapstuk
jij verhapstukt (inversie: verhapstuk jij)
u verhapstukt
hij/zij/het verhapstukt
wij verhapstukken
jullie verhapstukken
zij verhapstukken
Verleden tijd
ik verhapstukte
jij verhapstukte
u verhapstukte
hij/zij/het verhapstukte
wij verhapstukten
jullie verhapstukten
zij verhapstukten
Gebiedende wijs
Imperatief
verhapstuk
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
verhapstukken
Gerundium
verhapstukken
Onvoltooid deelwoord
verhapstukkend
Voltooid deelwoord
verhapstukt
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.