to minimize, downplay, make something seem better than it is
Tegenwoordige tijd (ik)vergoelijk
Verleden tijd (ik)vergoelijkte
Voltooid deelwoordvergoelijkt
Volledige vervoeging van het werkwoord vergoelijken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik vergoelijk
jij vergoelijkt (inversie: vergoelijk jij)
u vergoelijkt
hij/zij/het vergoelijkt
wij vergoelijken
jullie vergoelijken
zij vergoelijken
Verleden tijd
ik vergoelijkte
jij vergoelijkte
u vergoelijkte
hij/zij/het vergoelijkte
wij vergoelijkten
jullie vergoelijkten
zij vergoelijkten
Gebiedende wijs
Imperatief
vergoelijk
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
vergoelijken
Gerundium
vergoelijken
Onvoltooid deelwoord
vergoelijkend
Voltooid deelwoord
vergoelijkt
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.