to convince oneself of the veracity [with van ‘of’]/[with dat ‘that’], to ascertain
Tegenwoordige tijd (ik)vergewis
Verleden tijd (ik)vergewiste
Voltooid deelwoordvergewist
Volledige vervoeging van het werkwoord vergewissen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik vergewis
jij vergewist (inversie: vergewis jij)
u vergewist
hij/zij/het vergewist
wij vergewissen
jullie vergewissen
zij vergewissen
Verleden tijd
ik vergewiste
jij vergewiste
u vergewiste
hij/zij/het vergewiste
wij vergewisten
jullie vergewisten
zij vergewisten
Gebiedende wijs
Imperatief
vergewis
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
vergewissen
Gerundium
vergewissen
Onvoltooid deelwoord
vergewissend
Voltooid deelwoord
vergewist
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.