to compare
Tegenwoordige tijd (ik)vergelijk
Verleden tijd (ik)vergeleek
Voltooid deelwoordvergeleken
Volledige vervoeging van het werkwoord vergelijken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik vergelijk
jij vergelijkt (inversie: vergelijk jij)
u vergelijkt
hij/zij/het vergelijkt
wij vergelijken
jullie vergelijken
zij vergelijken
Verleden tijd
ik vergeleek
jij vergeleek
u vergeleek
hij/zij/het vergeleek
wij vergeleken
jullie vergeleken
zij vergeleken
Gebiedende wijs
Imperatief
vergelijk
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
vergelijken
Gerundium
vergelijken
Onvoltooid deelwoord
vergelijkend
Voltooid deelwoord
vergeleken
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.