to generalise
Tegenwoordige tijd (ik)veralgemeen
Verleden tijd (ik)veralgemeende
Voltooid deelwoordveralgemeend
Volledige vervoeging van het werkwoord veralgemenen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik veralgemeen
jij veralgemeent (inversie: veralgemeen jij)
u veralgemeent
hij/zij/het veralgemeent
wij veralgemenen
jullie veralgemenen
zij veralgemenen
Verleden tijd
ik veralgemeende
jij veralgemeende
u veralgemeende
hij/zij/het veralgemeende
wij veralgemeenden
jullie veralgemeenden
zij veralgemeenden
Gebiedende wijs
Imperatief
veralgemeen
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
veralgemenen
Gerundium
veralgemenen
Onvoltooid deelwoord
veralgemenend
Voltooid deelwoord
veralgemeend
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.