Vervoeging van vastzitten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

vastzitten
to be stuck
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)zit vast
Verleden tijd (ik)zat vast
Voltooid deelwoordvastgezeten
Volledige vervoeging van het werkwoord vastzitten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik zit vast
jij zit vast
u zit vast
hij/zij/het zit vast
wij zitten vast
jullie zitten vast
zij zitten vast

Verleden tijd

ik zat vast
jij zat vast
u zat vast
hij/zij/het zat vast
wij zaten vast
jullie zaten vast
zij zaten vast

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik vastzit
(dat) jij vastzit
(dat) u vastzit
(dat) hij/zij/het vastzit
(dat) wij vastzitten
(dat) jullie vastzitten
(dat) zij vastzitten

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik vastzat
(dat) jij vastzat
(dat) u vastzat
(dat) hij/zij/het vastzat
(dat) wij vastzaten
(dat) jullie vastzaten
(dat) zij vastzaten

Gebiedende wijs

Imperatief

zit vast

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

vastzitten

Gerundium

vastzitten

Onvoltooid deelwoord

vastzittend

Voltooid deelwoord

vastgezeten

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.