to fast
Tegenwoordige tijd (ik)vast
Verleden tijd (ik)vastte
Voltooid deelwoordgevast
Volledige vervoeging van het werkwoord vasten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik vast
jij vast
u vast
hij/zij/het vast
wij vasten
jullie vasten
zij vasten
Verleden tijd
ik vastte
jij vastte
u vastte
hij/zij/het vastte
wij vastten
jullie vastten
zij vastten
Gebiedende wijs
Imperatief
vast
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
vasten
Gerundium
vasten
Onvoltooid deelwoord
vastend
Voltooid deelwoord
gevast
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.