Vervoeging van varen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

varen
to sail, to go by boat, to navigate
strong
Tegenwoordige tijd (ik)vaar
Verleden tijd (ik)voer
Voltooid deelwoordgevaren
Volledige vervoeging van het werkwoord varen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik vaar
jij vaart (inversie: vaar jij)
u vaart
hij/zij/het vaart
wij varen
jullie varen
zij varen

Verleden tijd

ik voer
jij voer
u voer
hij/zij/het voer
wij voeren
jullie voeren
zij voeren

Gebiedende wijs

Imperatief

vaar

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

varen

Gerundium

varen

Onvoltooid deelwoord

varend

Voltooid deelwoord

gevaren

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.