Vervoeging van valsspelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

valsspelen
to cheat
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)speel vals
Verleden tijd (ik)speelde vals
Voltooid deelwoordvalsgespeeld
Volledige vervoeging van het werkwoord valsspelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik speel vals
jij speelt vals (inversie: speel vals jij)
u speelt vals
hij/zij/het speelt vals
wij spelen vals
jullie spelen vals
zij spelen vals

Verleden tijd

ik speelde vals
jij speelde vals
u speelde vals
hij/zij/het speelde vals
wij speelden vals
jullie speelden vals
zij speelden vals

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik valsspeel
(dat) jij valsspeelt
(dat) u valsspeelt
(dat) hij/zij/het valsspeelt
(dat) wij valsspelen
(dat) jullie valsspelen
(dat) zij valsspelen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik valsspeelde
(dat) jij valsspeelde
(dat) u valsspeelde
(dat) hij/zij/het valsspeelde
(dat) wij valsspeelden
(dat) jullie valsspeelden
(dat) zij valsspeelden

Gebiedende wijs

Imperatief

speel vals

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

valsspelen

Gerundium

valsspelen

Onvoltooid deelwoord

valsspelend

Voltooid deelwoord

valsgespeeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.