Vervoeging van vaceren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

vaceren
to be vacant
weak
Tegenwoordige tijd (ik)vaceer
Verleden tijd (ik)vaceerde
Voltooid deelwoordgevaceerd
Volledige vervoeging van het werkwoord vaceren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik vaceer
jij vaceert (inversie: vaceer jij)
u vaceert
hij/zij/het vaceert
wij vaceren
jullie vaceren
zij vaceren

Verleden tijd

ik vaceerde
jij vaceerde
u vaceerde
hij/zij/het vaceerde
wij vaceerden
jullie vaceerden
zij vaceerden

Gebiedende wijs

Imperatief

vaceer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

vaceren

Gerundium

vaceren

Onvoltooid deelwoord

vacerend

Voltooid deelwoord

gevaceerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.