Vervoeging van uitzweten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

uitzweten
to sweat out, to exude
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)zweet uit
Verleden tijd (ik)zweette uit
Voltooid deelwoorduitgezweet
Volledige vervoeging van het werkwoord uitzweten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik zweet uit
jij zweet uit
u zweet uit
hij/zij/het zweet uit
wij zweten uit
jullie zweten uit
zij zweten uit

Verleden tijd

ik zweette uit
jij zweette uit
u zweette uit
hij/zij/het zweette uit
wij zweetten uit
jullie zweetten uit
zij zweetten uit

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik uitzweet
(dat) jij uitzweet
(dat) u uitzweet
(dat) hij/zij/het uitzweet
(dat) wij uitzweten
(dat) jullie uitzweten
(dat) zij uitzweten

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik uitzweette
(dat) jij uitzweette
(dat) u uitzweette
(dat) hij/zij/het uitzweette
(dat) wij uitzweetten
(dat) jullie uitzweetten
(dat) zij uitzweetten

Gebiedende wijs

Imperatief

zweet uit

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

uitzweten

Gerundium

uitzweten

Onvoltooid deelwoord

uitzwetend

Voltooid deelwoord

uitgezweet

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.