Vervoeging van uitzwaaien

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

uitzwaaien
to wave goodbye during departure (usually by those who are seeing the departer off, occasionally used of the departer)
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)zwaai uit
Verleden tijd (ik)zwaaide uit
Voltooid deelwoorduitgezwaaid
Volledige vervoeging van het werkwoord uitzwaaien: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik zwaai uit
jij zwaait uit (inversie: zwaai uit jij)
u zwaait uit
hij/zij/het zwaait uit
wij zwaaien uit
jullie zwaaien uit
zij zwaaien uit

Verleden tijd

ik zwaaide uit
jij zwaaide uit
u zwaaide uit
hij/zij/het zwaaide uit
wij zwaaiden uit
jullie zwaaiden uit
zij zwaaiden uit

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik uitzwaai
(dat) jij uitzwaait
(dat) u uitzwaait
(dat) hij/zij/het uitzwaait
(dat) wij uitzwaaien
(dat) jullie uitzwaaien
(dat) zij uitzwaaien

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik uitzwaaide
(dat) jij uitzwaaide
(dat) u uitzwaaide
(dat) hij/zij/het uitzwaaide
(dat) wij uitzwaaiden
(dat) jullie uitzwaaiden
(dat) zij uitzwaaiden

Gebiedende wijs

Imperatief

zwaai uit

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

uitzwaaien

Gerundium

uitzwaaien

Onvoltooid deelwoord

uitzwaaiend

Voltooid deelwoord

uitgezwaaid

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.