Vervoeging van uitzonderen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

uitzonderen
to exclude, to except
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)zonder uit
Verleden tijd (ik)zonderde uit
Voltooid deelwoorduitgezonderd
Volledige vervoeging van het werkwoord uitzonderen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik zonder uit
jij zondert uit (inversie: zonder uit jij)
u zondert uit
hij/zij/het zondert uit
wij zonderen uit
jullie zonderen uit
zij zonderen uit

Verleden tijd

ik zonderde uit
jij zonderde uit
u zonderde uit
hij/zij/het zonderde uit
wij zonderden uit
jullie zonderden uit
zij zonderden uit

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik uitzonder
(dat) jij uitzondert
(dat) u uitzondert
(dat) hij/zij/het uitzondert
(dat) wij uitzonderen
(dat) jullie uitzonderen
(dat) zij uitzonderen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik uitzonderde
(dat) jij uitzonderde
(dat) u uitzonderde
(dat) hij/zij/het uitzonderde
(dat) wij uitzonderden
(dat) jullie uitzonderden
(dat) zij uitzonderden

Gebiedende wijs

Imperatief

zonder uit

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

uitzonderen

Gerundium

uitzonderen

Onvoltooid deelwoord

uitzonderend

Voltooid deelwoord

uitgezonderd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.