Vervoeging van uitzenden

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

uitzenden
to send out, to deploy
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)zend uit
Verleden tijd (ik)zond uit
Voltooid deelwoorduitgezonden
Volledige vervoeging van het werkwoord uitzenden: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik zend uit
jij zendt uit (inversie: zend uit jij)
u zendt uit
hij/zij/het zendt uit
wij zenden uit
jullie zenden uit
zij zenden uit

Verleden tijd

ik zond uit
jij zond uit
u zond uit
hij/zij/het zond uit
wij zonden uit
jullie zonden uit
zij zonden uit

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik uitzend
(dat) jij uitzendt
(dat) u uitzendt
(dat) hij/zij/het uitzendt
(dat) wij uitzenden
(dat) jullie uitzenden
(dat) zij uitzenden

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik uitzond
(dat) jij uitzond
(dat) u uitzond
(dat) hij/zij/het uitzond
(dat) wij uitzonden
(dat) jullie uitzonden
(dat) zij uitzonden

Gebiedende wijs

Imperatief

zend uit

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

uitzenden

Gerundium

uitzenden

Onvoltooid deelwoord

uitzendend

Voltooid deelwoord

uitgezonden

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.