Vervoeging van uitvinken

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

uitvinken
to uncheck
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)vink uit
Verleden tijd (ik)vinkte uit
Voltooid deelwoorduitgevinkt
Volledige vervoeging van het werkwoord uitvinken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik vink uit
jij vinkt uit (inversie: vink uit jij)
u vinkt uit
hij/zij/het vinkt uit
wij vinken uit
jullie vinken uit
zij vinken uit

Verleden tijd

ik vinkte uit
jij vinkte uit
u vinkte uit
hij/zij/het vinkte uit
wij vinkten uit
jullie vinkten uit
zij vinkten uit

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik uitvink
(dat) jij uitvinkt
(dat) u uitvinkt
(dat) hij/zij/het uitvinkt
(dat) wij uitvinken
(dat) jullie uitvinken
(dat) zij uitvinken

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik uitvinkte
(dat) jij uitvinkte
(dat) u uitvinkte
(dat) hij/zij/het uitvinkte
(dat) wij uitvinkten
(dat) jullie uitvinkten
(dat) zij uitvinkten

Gebiedende wijs

Imperatief

vink uit

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

uitvinken

Gerundium

uitvinken

Onvoltooid deelwoord

uitvinkend

Voltooid deelwoord

uitgevinkt

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.