Vervoeging van uitvinden

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

uitvinden
to invent
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)vind uit
Verleden tijd (ik)vond uit
Voltooid deelwoorduitgevonden
Volledige vervoeging van het werkwoord uitvinden: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik vind uit
jij vindt uit (inversie: vind uit jij)
u vindt uit
hij/zij/het vindt uit
wij vinden uit
jullie vinden uit
zij vinden uit

Verleden tijd

ik vond uit
jij vond uit
u vond uit
hij/zij/het vond uit
wij vonden uit
jullie vonden uit
zij vonden uit

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik uitvind
(dat) jij uitvindt
(dat) u uitvindt
(dat) hij/zij/het uitvindt
(dat) wij uitvinden
(dat) jullie uitvinden
(dat) zij uitvinden

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik uitvond
(dat) jij uitvond
(dat) u uitvond
(dat) hij/zij/het uitvond
(dat) wij uitvonden
(dat) jullie uitvonden
(dat) zij uitvonden

Gebiedende wijs

Imperatief

vind uit

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

uitvinden

Gerundium

uitvinden

Onvoltooid deelwoord

uitvindend

Voltooid deelwoord

uitgevonden

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.