Vervoeging van uitstaan

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

uitstaan
to endure, tolerate, stand
irregular separable strong
scheidbaar
onregelmatig
Tegenwoordige tijd (ik)sta uit
Verleden tijd (ik)stond uit
Voltooid deelwoorduitgestaan
Volledige vervoeging van het werkwoord uitstaan: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik sta uit
jij staat uit (inversie: sta uit jij)
u staat uit
hij/zij/het staat uit
wij staan uit
jullie staan uit
zij staan uit

Verleden tijd

ik stond uit
jij stond uit
u stond uit
hij/zij/het stond uit
wij stonden uit
jullie stonden uit
zij stonden uit

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik uitsta
(dat) jij uitstaat
(dat) u uitstaat
(dat) hij/zij/het uitstaat
(dat) wij uitstaan
(dat) jullie uitstaan
(dat) zij uitstaan

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik uitstond
(dat) jij uitstond
(dat) u uitstond
(dat) hij/zij/het uitstond
(dat) wij uitstonden
(dat) jullie uitstonden
(dat) zij uitstonden

Gebiedende wijs

Imperatief

sta uit

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

uitstaan

Gerundium

uitstaan

Onvoltooid deelwoord

uitstaand

Voltooid deelwoord

uitgestaan

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.