to unsubscribe, deregister (e.g. from a membership, course, ...)
Tegenwoordige tijd (ik)schrijf uit
Verleden tijd (ik)schreef uit
Voltooid deelwoorduitgeschreven
Volledige vervoeging van het werkwoord uitschrijven: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik schrijf uit
jij schrijft uit (inversie: schrijf uit jij)
u schrijft uit
hij/zij/het schrijft uit
wij schrijven uit
jullie schrijven uit
zij schrijven uit
Verleden tijd
ik schreef uit
jij schreef uit
u schreef uit
hij/zij/het schreef uit
wij schreven uit
jullie schreven uit
zij schreven uit
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik uitschrijf
(dat) jij uitschrijft
(dat) u uitschrijft
(dat) hij/zij/het uitschrijft
(dat) wij uitschrijven
(dat) jullie uitschrijven
(dat) zij uitschrijven
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik uitschreef
(dat) jij uitschreef
(dat) u uitschreef
(dat) hij/zij/het uitschreef
(dat) wij uitschreven
(dat) jullie uitschreven
(dat) zij uitschreven
Gebiedende wijs
Imperatief
schrijf uit
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
uitschrijven
Gerundium
uitschrijven
Onvoltooid deelwoord
uitschrijvend
Voltooid deelwoord
uitgeschreven
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.