Vervoeging van uitschakelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

uitschakelen
to switch off, to turn off, to disable (to put a device out of action or deactivate a function of an electronic device)
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)schakel uit
Verleden tijd (ik)schakelde uit
Voltooid deelwoorduitgeschakeld
Volledige vervoeging van het werkwoord uitschakelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik schakel uit
jij schakelt uit (inversie: schakel uit jij)
u schakelt uit
hij/zij/het schakelt uit
wij schakelen uit
jullie schakelen uit
zij schakelen uit

Verleden tijd

ik schakelde uit
jij schakelde uit
u schakelde uit
hij/zij/het schakelde uit
wij schakelden uit
jullie schakelden uit
zij schakelden uit

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik uitschakel
(dat) jij uitschakelt
(dat) u uitschakelt
(dat) hij/zij/het uitschakelt
(dat) wij uitschakelen
(dat) jullie uitschakelen
(dat) zij uitschakelen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik uitschakelde
(dat) jij uitschakelde
(dat) u uitschakelde
(dat) hij/zij/het uitschakelde
(dat) wij uitschakelden
(dat) jullie uitschakelden
(dat) zij uitschakelden

Gebiedende wijs

Imperatief

schakel uit

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

uitschakelen

Gerundium

uitschakelen

Onvoltooid deelwoord

uitschakelend

Voltooid deelwoord

uitgeschakeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.