Vervoeging van uitproberen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

uitproberen
to try out
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)probeer uit
Verleden tijd (ik)probeerde uit
Voltooid deelwoorduitgeprobeerd
Volledige vervoeging van het werkwoord uitproberen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik probeer uit
jij probeert uit (inversie: probeer uit jij)
u probeert uit
hij/zij/het probeert uit
wij proberen uit
jullie proberen uit
zij proberen uit

Verleden tijd

ik probeerde uit
jij probeerde uit
u probeerde uit
hij/zij/het probeerde uit
wij probeerden uit
jullie probeerden uit
zij probeerden uit

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik uitprobeer
(dat) jij uitprobeert
(dat) u uitprobeert
(dat) hij/zij/het uitprobeert
(dat) wij uitproberen
(dat) jullie uitproberen
(dat) zij uitproberen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik uitprobeerde
(dat) jij uitprobeerde
(dat) u uitprobeerde
(dat) hij/zij/het uitprobeerde
(dat) wij uitprobeerden
(dat) jullie uitprobeerden
(dat) zij uitprobeerden

Gebiedende wijs

Imperatief

probeer uit

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

uitproberen

Gerundium

uitproberen

Onvoltooid deelwoord

uitproberend

Voltooid deelwoord

uitgeprobeerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.