Vervoeging van uitprinten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

uitprinten
to print (out)
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)print uit
Verleden tijd (ik)printte uit
Voltooid deelwoorduitgeprint
Volledige vervoeging van het werkwoord uitprinten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik print uit
jij print uit
u print uit
hij/zij/het print uit
wij printen uit
jullie printen uit
zij printen uit

Verleden tijd

ik printte uit
jij printte uit
u printte uit
hij/zij/het printte uit
wij printten uit
jullie printten uit
zij printten uit

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik uitprint
(dat) jij uitprint
(dat) u uitprint
(dat) hij/zij/het uitprint
(dat) wij uitprinten
(dat) jullie uitprinten
(dat) zij uitprinten

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik uitprintte
(dat) jij uitprintte
(dat) u uitprintte
(dat) hij/zij/het uitprintte
(dat) wij uitprintten
(dat) jullie uitprintten
(dat) zij uitprintten

Gebiedende wijs

Imperatief

print uit

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

uitprinten

Gerundium

uitprinten

Onvoltooid deelwoord

uitprintend

Voltooid deelwoord

uitgeprint

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.