Vervoeging van uitnodigen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

uitnodigen
to invite
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)nodig uit
Verleden tijd (ik)nodigde uit
Voltooid deelwoorduitgenodigd
Volledige vervoeging van het werkwoord uitnodigen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik nodig uit
jij nodigt uit (inversie: nodig uit jij)
u nodigt uit
hij/zij/het nodigt uit
wij nodigen uit
jullie nodigen uit
zij nodigen uit

Verleden tijd

ik nodigde uit
jij nodigde uit
u nodigde uit
hij/zij/het nodigde uit
wij nodigden uit
jullie nodigden uit
zij nodigden uit

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik uitnodig
(dat) jij uitnodigt
(dat) u uitnodigt
(dat) hij/zij/het uitnodigt
(dat) wij uitnodigen
(dat) jullie uitnodigen
(dat) zij uitnodigen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik uitnodigde
(dat) jij uitnodigde
(dat) u uitnodigde
(dat) hij/zij/het uitnodigde
(dat) wij uitnodigden
(dat) jullie uitnodigden
(dat) zij uitnodigden

Gebiedende wijs

Imperatief

nodig uit

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

uitnodigen

Gerundium

uitnodigen

Onvoltooid deelwoord

uitnodigend

Voltooid deelwoord

uitgenodigd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.