Vervoeging van uitnemen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

uitnemen
to remove, to take out
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)neem uit
Verleden tijd (ik)nam uit
Voltooid deelwoorduitgenomen
Volledige vervoeging van het werkwoord uitnemen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik neem uit
jij neemt uit (inversie: neem uit jij)
u neemt uit
hij/zij/het neemt uit
wij nemen uit
jullie nemen uit
zij nemen uit

Verleden tijd

ik nam uit
jij nam uit
u nam uit
hij/zij/het nam uit
wij namen uit
jullie namen uit
zij namen uit

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik uitneem
(dat) jij uitneemt
(dat) u uitneemt
(dat) hij/zij/het uitneemt
(dat) wij uitnemen
(dat) jullie uitnemen
(dat) zij uitnemen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik uitnam
(dat) jij uitnam
(dat) u uitnam
(dat) hij/zij/het uitnam
(dat) wij uitnamen
(dat) jullie uitnamen
(dat) zij uitnamen

Gebiedende wijs

Imperatief

neem uit

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

uitnemen

Gerundium

uitnemen

Onvoltooid deelwoord

uitnemend

Voltooid deelwoord

uitgenomen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.