Vervoeging van uitmunten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

uitmunten
to excel
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)munt uit
Verleden tijd (ik)muntte uit
Voltooid deelwoorduitgemunt
Volledige vervoeging van het werkwoord uitmunten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik munt uit
jij munt uit
u munt uit
hij/zij/het munt uit
wij munten uit
jullie munten uit
zij munten uit

Verleden tijd

ik muntte uit
jij muntte uit
u muntte uit
hij/zij/het muntte uit
wij muntten uit
jullie muntten uit
zij muntten uit

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik uitmunt
(dat) jij uitmunt
(dat) u uitmunt
(dat) hij/zij/het uitmunt
(dat) wij uitmunten
(dat) jullie uitmunten
(dat) zij uitmunten

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik uitmuntte
(dat) jij uitmuntte
(dat) u uitmuntte
(dat) hij/zij/het uitmuntte
(dat) wij uitmuntten
(dat) jullie uitmuntten
(dat) zij uitmuntten

Gebiedende wijs

Imperatief

munt uit

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

uitmunten

Gerundium

uitmunten

Onvoltooid deelwoord

uitmuntend

Voltooid deelwoord

uitgemunt

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.