Vervoeging van uitloven

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

uitloven
to offer
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)loof uit
Verleden tijd (ik)loofde uit
Voltooid deelwoorduitgeloofd
Volledige vervoeging van het werkwoord uitloven: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik loof uit
jij looft uit (inversie: loof uit jij)
u looft uit
hij/zij/het looft uit
wij loven uit
jullie loven uit
zij loven uit

Verleden tijd

ik loofde uit
jij loofde uit
u loofde uit
hij/zij/het loofde uit
wij loofden uit
jullie loofden uit
zij loofden uit

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik uitloof
(dat) jij uitlooft
(dat) u uitlooft
(dat) hij/zij/het uitlooft
(dat) wij uitloven
(dat) jullie uitloven
(dat) zij uitloven

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik uitloofde
(dat) jij uitloofde
(dat) u uitloofde
(dat) hij/zij/het uitloofde
(dat) wij uitloofden
(dat) jullie uitloofden
(dat) zij uitloofden

Gebiedende wijs

Imperatief

loof uit

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

uitloven

Gerundium

uitloven

Onvoltooid deelwoord

uitlovend

Voltooid deelwoord

uitgeloofd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.