Vervoeging van uitloggen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

uitloggen
to log out
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)log uit
Verleden tijd (ik)logde uit
Voltooid deelwoorduitgelogd
Volledige vervoeging van het werkwoord uitloggen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik log uit
jij logt uit (inversie: log uit jij)
u logt uit
hij/zij/het logt uit
wij loggen uit
jullie loggen uit
zij loggen uit

Verleden tijd

ik logde uit
jij logde uit
u logde uit
hij/zij/het logde uit
wij logden uit
jullie logden uit
zij logden uit

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik uitlog
(dat) jij uitlogt
(dat) u uitlogt
(dat) hij/zij/het uitlogt
(dat) wij uitloggen
(dat) jullie uitloggen
(dat) zij uitloggen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik uitlogde
(dat) jij uitlogde
(dat) u uitlogde
(dat) hij/zij/het uitlogde
(dat) wij uitlogden
(dat) jullie uitlogden
(dat) zij uitlogden

Gebiedende wijs

Imperatief

log uit

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

uitloggen

Gerundium

uitloggen

Onvoltooid deelwoord

uitloggend

Voltooid deelwoord

uitgelogd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.