Vervoeging van uitlekken

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

uitlekken
to leak out
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)lek uit
Verleden tijd (ik)lekte uit
Voltooid deelwoorduitgelekt
Volledige vervoeging van het werkwoord uitlekken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik lek uit
jij lekt uit (inversie: lek uit jij)
u lekt uit
hij/zij/het lekt uit
wij lekken uit
jullie lekken uit
zij lekken uit

Verleden tijd

ik lekte uit
jij lekte uit
u lekte uit
hij/zij/het lekte uit
wij lekten uit
jullie lekten uit
zij lekten uit

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik uitlek
(dat) jij uitlekt
(dat) u uitlekt
(dat) hij/zij/het uitlekt
(dat) wij uitlekken
(dat) jullie uitlekken
(dat) zij uitlekken

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik uitlekte
(dat) jij uitlekte
(dat) u uitlekte
(dat) hij/zij/het uitlekte
(dat) wij uitlekten
(dat) jullie uitlekten
(dat) zij uitlekten

Gebiedende wijs

Imperatief

lek uit

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

uitlekken

Gerundium

uitlekken

Onvoltooid deelwoord

uitlekkend

Voltooid deelwoord

uitgelekt

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.