Vervoeging van uitleggen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

uitleggen
to explain
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)leg uit
Verleden tijd (ik)legde uit
Voltooid deelwoorduitgelegd
Volledige vervoeging van het werkwoord uitleggen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik leg uit
jij legt uit (inversie: leg uit jij)
u legt uit
hij/zij/het legt uit
wij leggen uit
jullie leggen uit
zij leggen uit

Verleden tijd

ik legde uit
jij legde uit
u legde uit
hij/zij/het legde uit
wij legden uit
jullie legden uit
zij legden uit

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik uitleg
(dat) jij uitlegt
(dat) u uitlegt
(dat) hij/zij/het uitlegt
(dat) wij uitleggen
(dat) jullie uitleggen
(dat) zij uitleggen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik uitlegde
(dat) jij uitlegde
(dat) u uitlegde
(dat) hij/zij/het uitlegde
(dat) wij uitlegden
(dat) jullie uitlegden
(dat) zij uitlegden

Gebiedende wijs

Imperatief

leg uit

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

uitleggen

Gerundium

uitleggen

Onvoltooid deelwoord

uitleggend

Voltooid deelwoord

uitgelegd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.