Vervoeging van uitkristalliseren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

uitkristalliseren
to effloresce, crystallize
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)kristalliseer uit
Verleden tijd (ik)kristalliseerde uit
Voltooid deelwoorduitgekristalliseerd
Volledige vervoeging van het werkwoord uitkristalliseren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik kristalliseer uit
jij kristalliseert uit (inversie: kristalliseer uit jij)
u kristalliseert uit
hij/zij/het kristalliseert uit
wij kristalliseren uit
jullie kristalliseren uit
zij kristalliseren uit

Verleden tijd

ik kristalliseerde uit
jij kristalliseerde uit
u kristalliseerde uit
hij/zij/het kristalliseerde uit
wij kristalliseerden uit
jullie kristalliseerden uit
zij kristalliseerden uit

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik uitkristalliseer
(dat) jij uitkristalliseert
(dat) u uitkristalliseert
(dat) hij/zij/het uitkristalliseert
(dat) wij uitkristalliseren
(dat) jullie uitkristalliseren
(dat) zij uitkristalliseren

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik uitkristalliseerde
(dat) jij uitkristalliseerde
(dat) u uitkristalliseerde
(dat) hij/zij/het uitkristalliseerde
(dat) wij uitkristalliseerden
(dat) jullie uitkristalliseerden
(dat) zij uitkristalliseerden

Gebiedende wijs

Imperatief

kristalliseer uit

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

uitkristalliseren

Gerundium

uitkristalliseren

Onvoltooid deelwoord

uitkristalliserend

Voltooid deelwoord

uitgekristalliseerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.