Vervoeging van uitkienen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

uitkienen
To handle or research some issue with thoroughness.
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)kien uit
Verleden tijd (ik)kiende uit
Voltooid deelwoorduitgekiend
Volledige vervoeging van het werkwoord uitkienen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik kien uit
jij kient uit (inversie: kien uit jij)
u kient uit
hij/zij/het kient uit
wij kienen uit
jullie kienen uit
zij kienen uit

Verleden tijd

ik kiende uit
jij kiende uit
u kiende uit
hij/zij/het kiende uit
wij kienden uit
jullie kienden uit
zij kienden uit

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik uitkien
(dat) jij uitkient
(dat) u uitkient
(dat) hij/zij/het uitkient
(dat) wij uitkienen
(dat) jullie uitkienen
(dat) zij uitkienen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik uitkiende
(dat) jij uitkiende
(dat) u uitkiende
(dat) hij/zij/het uitkiende
(dat) wij uitkienden
(dat) jullie uitkienden
(dat) zij uitkienden

Gebiedende wijs

Imperatief

kien uit

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

uitkienen

Gerundium

uitkienen

Onvoltooid deelwoord

uitkienend

Voltooid deelwoord

uitgekiend

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.