Vervoeging van uitkafferen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

uitkafferen
to reprimand harshly, lay into
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)kaffer uit
Verleden tijd (ik)kafferde uit
Voltooid deelwoorduitgekafferd
Volledige vervoeging van het werkwoord uitkafferen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik kaffer uit
jij kaffert uit (inversie: kaffer uit jij)
u kaffert uit
hij/zij/het kaffert uit
wij kafferen uit
jullie kafferen uit
zij kafferen uit

Verleden tijd

ik kafferde uit
jij kafferde uit
u kafferde uit
hij/zij/het kafferde uit
wij kafferden uit
jullie kafferden uit
zij kafferden uit

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik uitkaffer
(dat) jij uitkaffert
(dat) u uitkaffert
(dat) hij/zij/het uitkaffert
(dat) wij uitkafferen
(dat) jullie uitkafferen
(dat) zij uitkafferen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik uitkafferde
(dat) jij uitkafferde
(dat) u uitkafferde
(dat) hij/zij/het uitkafferde
(dat) wij uitkafferden
(dat) jullie uitkafferden
(dat) zij uitkafferden

Gebiedende wijs

Imperatief

kaffer uit

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

uitkafferen

Gerundium

uitkafferen

Onvoltooid deelwoord

uitkafferend

Voltooid deelwoord

uitgekafferd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.