Vervoeging van uithuwen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

uithuwen
alternative form of uithuwelijken
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)huw uit
Verleden tijd (ik)huwde uit
Voltooid deelwoorduitgehuwd
Volledige vervoeging van het werkwoord uithuwen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik huw uit
jij huwt uit (inversie: huw uit jij)
u huwt uit
hij/zij/het huwt uit
wij huwen uit
jullie huwen uit
zij huwen uit

Verleden tijd

ik huwde uit
jij huwde uit
u huwde uit
hij/zij/het huwde uit
wij huwden uit
jullie huwden uit
zij huwden uit

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik uithuw
(dat) jij uithuwt
(dat) u uithuwt
(dat) hij/zij/het uithuwt
(dat) wij uithuwen
(dat) jullie uithuwen
(dat) zij uithuwen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik uithuwde
(dat) jij uithuwde
(dat) u uithuwde
(dat) hij/zij/het uithuwde
(dat) wij uithuwden
(dat) jullie uithuwden
(dat) zij uithuwden

Gebiedende wijs

Imperatief

huw uit

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

uithuwen

Gerundium

uithuwen

Onvoltooid deelwoord

uithuwend

Voltooid deelwoord

uitgehuwd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.