to starve (to subject to hunger, primarily in order to force into surrender or submission otherwise)
Tegenwoordige tijd (ik)honger uit
Verleden tijd (ik)hongerde uit
Voltooid deelwoorduitgehongerd
Volledige vervoeging van het werkwoord uithongeren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik honger uit
jij hongert uit (inversie: honger uit jij)
u hongert uit
hij/zij/het hongert uit
wij hongeren uit
jullie hongeren uit
zij hongeren uit
Verleden tijd
ik hongerde uit
jij hongerde uit
u hongerde uit
hij/zij/het hongerde uit
wij hongerden uit
jullie hongerden uit
zij hongerden uit
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik uithonger
(dat) jij uithongert
(dat) u uithongert
(dat) hij/zij/het uithongert
(dat) wij uithongeren
(dat) jullie uithongeren
(dat) zij uithongeren
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik uithongerde
(dat) jij uithongerde
(dat) u uithongerde
(dat) hij/zij/het uithongerde
(dat) wij uithongerden
(dat) jullie uithongerden
(dat) zij uithongerden
Gebiedende wijs
Imperatief
honger uit
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
uithongeren
Gerundium
uithongeren
Onvoltooid deelwoord
uithongerend
Voltooid deelwoord
uitgehongerd
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.