Vervoeging van uithangen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

uithangen
to hang out
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)hang uit
Verleden tijd (ik)hing uit
Voltooid deelwoorduitgehangen
Volledige vervoeging van het werkwoord uithangen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik hang uit
jij hangt uit (inversie: hang uit jij)
u hangt uit
hij/zij/het hangt uit
wij hangen uit
jullie hangen uit
zij hangen uit

Verleden tijd

ik hing uit
jij hing uit
u hing uit
hij/zij/het hing uit
wij hingen uit
jullie hingen uit
zij hingen uit

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik uithang
(dat) jij uithangt
(dat) u uithangt
(dat) hij/zij/het uithangt
(dat) wij uithangen
(dat) jullie uithangen
(dat) zij uithangen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik uithing
(dat) jij uithing
(dat) u uithing
(dat) hij/zij/het uithing
(dat) wij uithingen
(dat) jullie uithingen
(dat) zij uithingen

Gebiedende wijs

Imperatief

hang uit

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

uithangen

Gerundium

uithangen

Onvoltooid deelwoord

uithangend

Voltooid deelwoord

uitgehangen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.