Vervoeging van uitgummen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

uitgummen
to erase, to remove text with an eraser
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)gum uit
Verleden tijd (ik)gumde uit
Voltooid deelwoorduitgegumd
Volledige vervoeging van het werkwoord uitgummen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik gum uit
jij gumt uit (inversie: gum uit jij)
u gumt uit
hij/zij/het gumt uit
wij gummen uit
jullie gummen uit
zij gummen uit

Verleden tijd

ik gumde uit
jij gumde uit
u gumde uit
hij/zij/het gumde uit
wij gumden uit
jullie gumden uit
zij gumden uit

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik uitgum
(dat) jij uitgumt
(dat) u uitgumt
(dat) hij/zij/het uitgumt
(dat) wij uitgummen
(dat) jullie uitgummen
(dat) zij uitgummen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik uitgumde
(dat) jij uitgumde
(dat) u uitgumde
(dat) hij/zij/het uitgumde
(dat) wij uitgumden
(dat) jullie uitgumden
(dat) zij uitgumden

Gebiedende wijs

Imperatief

gum uit

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

uitgummen

Gerundium

uitgummen

Onvoltooid deelwoord

uitgummend

Voltooid deelwoord

uitgegumd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.