Vervoeging van uitglijden

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

uitglijden
to slip (to lose one's traction)
irregular separable strong
scheidbaar
onregelmatig
Tegenwoordige tijd (ik)glij uit / glijd uit
Verleden tijd (ik)gleed uit
Voltooid deelwoorduitgegleden
Volledige vervoeging van het werkwoord uitglijden: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik glij uit / glijd uit
jij glijdt uit / glij uit / glijd uit
u glijdt uit
hij/zij/het glijdt uit
wij glijden uit
jullie glijden uit
zij glijden uit

Verleden tijd

ik gleed uit
jij gleed uit
u gleed uit
hij/zij/het gleed uit
wij gleden uit
jullie gleden uit
zij gleden uit

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik uitglij / uitglijd
(dat) jij uitglijdt
(dat) u uitglijdt
(dat) hij/zij/het uitglijdt
(dat) wij uitglijden
(dat) jullie uitglijden
(dat) zij uitglijden

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik uitgleed
(dat) jij uitgleed
(dat) u uitgleed
(dat) hij/zij/het uitgleed
(dat) wij uitgleden
(dat) jullie uitgleden
(dat) zij uitgleden

Gebiedende wijs

Imperatief

glij uit / glijd uit

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

uitglijden

Gerundium

uitglijden

Onvoltooid deelwoord

uitglijdend

Voltooid deelwoord

uitgegleden

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.