to express; to utter (to produce (a cry, speech, or other sounds) with the voice)
Tegenwoordige tijd (ik)uit
Verleden tijd (ik)uitte
Voltooid deelwoordgeüit
Volledige vervoeging van het werkwoord uiten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik uit
jij uit
u uit
hij/zij/het uit
wij uiten
jullie uiten
zij uiten
Verleden tijd
ik uitte
jij uitte
u uitte
hij/zij/het uitte
wij uitten
jullie uitten
zij uitten
Gebiedende wijs
Imperatief
uit
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
uiten
Gerundium
uiten
Onvoltooid deelwoord
uitend
Voltooid deelwoord
geüit
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.